Voor status van algemeen nut beogende instelling is winstoogmerk taboe |
|
| Bron: PriceWaterhouseCoopers Juridisch, 2010-07-26 15:36:02 Geplaatst door Redactie Legal360 |
|
Hof Arnhem heeft in een feitelijke procedure beslist dat een stichting zich in 2007 niet kwalificeerde als een algemeen nut beogende instelling (anbi) omdat de stichting toch een winstoogmerk had. De fiscale regelgeving stelt aan de status van anbi enige voorwaarden, waaronder het ontbreken van een winstoogmerk. Dit moet blijken uit de statuten van de stichting en de feitelijke werkzaamheid van de stichting. Het hof was van oordeel dat het ontbreken van de uitdrukkelijke vermelding in de statuten dat de stichting geen winstoogmerk had, reeds tot gevolg had dat de stichting zich niet kwalificeerde als anbi. Het hof ging nog ten overvloede in op de vaststelling of uit de feitelijke werkzaamheid zou blijken dat de stichting geen winstoogmerk had, maar ook dat was niet het geval. De stichting had over de jaren 2002 – 2004 (aanzienlijke) overschotten behaald en beschikte over een eigen vermogen van meer dan € 2 mln. Dit bracht het hof tot de conclusie dat geen sprake was van een incidenteel exploitatieoverschot en dat toch sprake was van een winstoogmerk. Ook op een ander (formeel) punt liep de stichting tegen belemmering voor de anbi-status op. In de statuten moet uitdrukkelijk zijn bepaald dat bij opheffing een eventueel batig liquidatiesaldo moet worden besteed aan een anbi dan wel op enigerlei andere wijze waarmee het algemeen belang wordt gediend. De statuten van de stichting voldeden echter niet aan deze voorwaarde.
Een instelling kan zich onder voorwaarden kwalificeren als een aangewezen algemeen nut beogende instelling (anbi). De aanwijzing als anbi is gunstig, want het is een voorwaarde om in aanmerking te komen voor enkele fiscale faciliteiten, te weten de giftenaftrek in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting en de vrijstellingen in de Successiewet. Hof Arnhem heeft onlangs in een feitelijke procedure uitspraak gedaan over de vraag of een stichting zich in 2007 kwalificeerde als anbi. De procedure was sterk vereenvoudigd weergegeven als volgt.
Een in 1970 opgerichte retraite-stichting verschafte mensen tijdelijk onderdak in een rustige en vredige omgeving om zo weer op adem te komen. In de loop der jaren daarna ontplooide de stichting gaandeweg steeds meer (en deels betalende) activiteiten waaraan de gasten konden deelnemen. De stichting was voornemens om binnen afzienbare termijn een voor de gasten een groot en comfortabel gastenhuis te laten bouwen en wilde dat zo veel mogelijk met eigen vermogen financieren. De stichting had bij de inspecteur een verzoek om kwalificatie tot anbi ingediend. Bij beschikking van 25 oktober 2007 wees de inspecteur dat verzoek echter af. Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van de stichting daartegen ongegrond. De stichting ging vervolgens in hoger beroep bij Hof Arnhem.
Het hof stelde voorop dat de fiscale regelgeving aan de status van anbi enige voorwaarden verbindt waaronder het ontbreken van een winstoogmerk. Dit moet blijken uit de statuten van de stichting en de feitelijke werkzaamheid van de stichting. Het hof was van oordeel dat het ontbreken van de uitdrukkelijke vermelding in de statuten dat de stichting geen winstoogmerk had, reeds tot gevolg had dat de stichting zich niet kwalificeerde als anbi. Het hof ging nog ten overvloede in op de vaststelling of uit de feitelijke werkzaamheid zou blijken dat de stichting geen winstoogmerk had, maar ook dat was niet het geval. De stichting had over de jaren 2002 – 2004 (aanzienlijke) overschotten behaald en beschikte over een eigen vermogen van meer dan € 2 mln. Dit bracht het hof tot de conclusie dat geen sprake was van een incidenteel exploitatieoverschot en dat toch sprake was van een winstoogmerk. Ook op een ander (formeel) punt liep de stichting tegen belemmering voor de anbi-status op. In de statuten moet uitdrukkelijk zijn bepaald dat bij opheffing een eventueel batig liquidatiesaldo moet worden besteed aan een anbi dan wel op enigerlei andere wijze waarmee het algemeen belang wordt gediend. De statuten van de stichting voldeden echter niet aan deze voorwaarde. Ook Hof Arnhem verklaarde het hoger beroep van de stichting ongegrond.
Hof Arnhem, 6-7-2010, nr. 09/00386 (gepubliceerd 20-7-2010). |
|
| Meer: http://www.nl.pwc.com/extweb/bn/TaxNews.nsf/Public/CQ12371 | |
