Uitbreiding werkingssfeer tonnageregeling zeescheepvaart vanaf 1 januari 2010
   
Bron: PriceWaterhouseCoopers
Juridisch, 2010-07-26 15:34:17
Geplaatst door Redactie Legal360
 

 

In het Belastingplan 2010 is de werkingssfeer van de tonnageregeling uitgebreid met de vervoersactiviteiten van kabelleggers, pijpenleggers, onderzoeksschepen en kraanschepen. De inwerkingtreding met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010 was echter nog opgeschort in afwachting van goedkeuring van de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft de uitbreiding van de werkingssfeer inclusief terugwerkende kracht tot 1 januari 2010 op 27 april 2010 goedgekeurd. In verband met bovengenoemde wetswijziging is een overgangsbepaling opgenomen in de Regeling forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart 2001 om te voorkomen dat zeescheepvaartbedrijven met kabelleggers en dergelijke die reeds gebruik maken van de Nederlandse tonnageregeling, direct moeten afrekenen over de met betrekking tot deze schepen en andere zaken gevormde fiscale reserves (o.a. de egalisatiereserve en de herinvesteringsreserve) en stille reserves. Ook deze overgangsbepaling heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010.

 

Voor ondernemingen die zeeschepen exploiteren, is het mogelijk om het tonnageregime toe te passen voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting. Dit houdt in dat niet de werkelijke winst wordt belast. In plaats daarvan wordt een forfaitaire winst belast, die wordt berekend aan de hand van de tonnage van de schepen: de tonnageregeling. In het Belastingplan 2010 is de werkingssfeer van de tonnageregeling uitgebreid met de vervoersactiviteiten van kabelleggers, pijpenleggers, onderzoeksschepen en kraanschepen. De inwerkingtreding met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010 was echter nog opgeschort in afwachting van goedkeuring van de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft de uitbreiding van de werkingssfeer beoordeeld op mogelijke staatssteunaspecten en heeft op 27 april 2010 beslist dat deze verenigbaar is met de interne markt. Ook de uitbreiding van de werkingssfeer met terugwerkende kracht tot 1 januari 2010 is akkoord. In het Staatsblad is onlangs gepubliceerd dat op 17 juli 2010 de maatregel in werking is getreden en terugwerkende kracht heeft tot en met 1 januari 2010.

 

Overgangsbepaling

In verband met bovengenoemde wetswijziging is een overgangsbepaling opgenomen in de Regeling forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart 2001. Zonder nadere regelgeving zou de wetswijziging uit het Belastingplan 2010 namelijk tot gevolg hebben dat zeescheepvaartbedrijven met kabelleggers en dergelijke die reeds gebruik maken van de Nederlandse tonnageregeling direct moeten afrekenen over de met betrekking tot deze schepen en andere zaken gevormde fiscale reserves (o.a. de egalisatiereserve en de herinvesteringsreserve) en stille reserves.

 

Directe afrekening over de reserves is echter ongewenst omdat in vergelijkbare situaties (onder meer bij introductie van de tonnageregeling) ook geen directe afrekening heeft plaatsgevonden. Ook bij overgang op verzoek van het normale winstregime naar de tonnageregeling vindt - afgezien van verliessituaties – geen directe afrekening over de stille en fiscale reserves van de schepen en de andere zaken plaats. De overgangsbepaling houdt het volgende in. Zeescheepvaartbedrijven die reeds onder de tonnageregeling vallen en schepen hebben die door de wetswijziging onder de tonnageregeling zijn gaan vallen, worden vooralsnog niet belast voor het bedrag dat de stille reserves en de fiscale reserves van de schepen en de andere zaken die gaan kwalificeren, het bedrag van de verrekenbare verliezen te boven gaat. Op het bedrag dat buiten aanmerking blijft, rust een claim waarover het zeescheepvaartbedrijf moet afrekenen indien het binnen de lopende tienjaarstermijn de activiteiten geheel of gedeeltelijk staakt. Na afloop van de lopende tienjaarstermijn vervalt de claim van rechtswege.  

 

De overgangsbepaling van de Regeling forfaitaire winstvaststelling zeescheepvaart 2001 is op 20 juli 2010 in werking getreden en heeft eveneens terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2010. 

 

Bron: Staatsblad, 16-7-2010, nr. 286; Ministerie van Financiën, 8-7-2010, nr. DB2010/0154M (gepubliceerd 19-7-2010).

 

 
Meer: http://www.nl.pwc.com/extweb/bn/TaxNews.nsf/Public/HM47664