Burn-out of afgebrand?
   
Bron: Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Juridisch, 2010-07-29 17:13:36
Geplaatst door Redactie Legal360
 

In hoeverre is een werkgever aansprakelijk te stellen voor de psychische schade bij medewerkers die de stress op hun werk niet langer aankunnen? Dat deze vraag steeds meer mensen bezighoudt, blijkt uit het groeiende aantal zaken dat hierover gaat. Het antwoord op die vraag is echter zelden eenvoudig te geven, aangezien het lastig is om de klachten volledig toe te schrijven aan het handelen van de werkgever. Dat wil niet zeggen dat de werkgever automatisch is vrijgepleit. Dit blijkt ook uit de geschiedenis van – zo noemen we haar hier - mevrouw Bierens.


Medio 2005 spande mevrouw Bierens een procedure aan tegen onze cliënt, een grote regionale zorginstelling. Zij stelde de instelling aansprakelijk voor de inkomenschade die zij had opgelopen omdat zij als gevolg van een burn-out arbeidsongeschikt was geraakt. Zij gaf aan dat haar psychische klachten het gevolg waren van de (veranderde) omstandigheden op het werk. Jarenlang werkte zij bij de zorginstelling als begeleidster van verstandelijk gehandicapte jongeren. Ze constateerde dat de werksituatie langzamerhand verslechterde. Aan de ene kant kwamen op haar locatie steeds meer jongeren met ernstige gedragsproblemen die meer aandacht nodig hadden. Aan de andere kant was er een structureel personeelsgebrek als gevolg van een groot personeelsverloop.

Al in 1999 bracht mevrouw Bierens haar leidinggevende in een brandbrief hiervan op de hoogte. Letterlijk gaf ze toen al aan het ‘niet meer aan te kunnen’. Als reactie hierop bood de zorginstelling mevrouw Bierens een overplaatsing aan naar een andere, minder zware locatie. Dit aanbod sloeg zij af omdat ze de bewoners niet in de steek wilde laten. Een later ingeschakelde psycholoog weet deze beslissing van mevrouw Bierens aan haar ‘sterke verantwoordelijkheidsgevoel’ en een ‘subassertieve persoonlijkheid’. Uiteindelijk bleek ze het toch allemaal niet aan te kunnen en werd ze halverwege 2000 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt verklaard. Het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen UWV keurde haar na een jaar volledig af en kende haar een WAO-uitkering toe. Na drie jaar heeft de zorginstelling de arbeidsovereenkomst van mevrouw Bierens met toestemming van (toen nog) het CWI opgezegd. Mevrouw Bierens vond het ontslag onredelijk en stapte in 2005 naar de kantonrechter. Ze eiste van onze cliënt onder meer een schadevergoeding vanwege het geleden en te lijden verlies aan arbeidsvermogen en immateriële schade. De kantonrechter wees alle vorderingen van mevrouw Bierens af, waarna zij in hoger beroep ging bij het gerechtshof.

Ondertussen ging zij een jaar later opnieuw als begeleidster in de gehandicaptenzorg aan het werk, uiteraard bij een andere zorginstelling. Maar ook daar kon ze de druk al snel niet meer aan. Na twee jaar ziekte werd mevrouw Bierens weer ontslagen, uiteraard na daartoe verkregen toestemming. Saillant detail is dat deze zorginstelling in deze periode fuseerde met de zorginstelling waartegen mevrouw Bierens een procedure bij het gerechtshof had lopen. In mei 2009 wees het gerechtshof tussenarrest. Daarbij concludeerde het hof dat beide partijen het er mee eens waren dat psychische klachten Bierens arbeidsongeschiktheid hadden veroorzaakt. De vraag was alleen wat de oorzaak was van die psychische klachten. Ervaringsregels leren dat psychische klachten meestal verschillende oorzaken hebben. Volgens ons was dan ook niet uit te sluiten dat de arbeidsongeschiktheid van mevrouw Bierens (mede) het gevolg was van een andere oorzaak dan de werksituatie. Als mevrouw Bierens kon bewijzen dat haar arbeidsongeschiktheid was ontstaan als gevolg van haar werk, dan achtte het hof de zorginstelling aansprakelijk voor de schade. De instelling had dan immers onvoldoende gedaan om de arbeidsongeschiktheid van mevrouw Bierens te voorkomen. Ons argument dat de problemen (deels) waren veroorzaakt doordat mevrouw Bierens het aanbod had afgeslagen op een ander locatie te gaan werken, wees het hof af. ‘Het gesloten type en de subassertieve persoonlijkheid’ van mevrouw Bierens maakte dat ze daar nooit op in had kunnen gaan. Het gerechtshof gelastte een zogeheten comparitie van partijen. Doel was om meer informatie boven tafel te krijgen én te kijken naar een eventuele schikking. Toen werd duidelijk dat de gevorderde schade ruim € 300.000 bedroeg. Wij voerden aan dat niet aannemelijk was dat deze schade alleen maar was veroorzaakt door overbelasting op het werk. De zorginstelling kon toch niet aansprakelijk worden gesteld voor in de persoon van mevrouw Bierens gelegen factoren. En ook niet voor de gevolgen van het feit dat mevrouw Bierens opnieuw een baan had aangenomen in de gezondheidszorg. Verder vond de zorginstelling het niet redelijk wanneer zij aansprakelijk zou worden gehouden voor de inkomensschade van mevrouw Bierens tot haar 65ste levensjaar. Zij was pas 40 jaar.

Het tussenarrest van het gerechtshof was inmiddels door de media opgepikt, waardoor de zorgstelling dreigde veel negatieve publiciteit te krijgen. Het was onze cliënt er dan ook veel aan gelegen de kwestie snel op te lossen. Aan de andere kant wilde de zorginstelling natuurlijk niet onnodig veel schadevergoeding betalen. Zeker omdat ook het hof al te kennen had gegeven er moeite mee te hebben dat mevrouw Bierens inkomensschade vorderde tot haar 65ste levensjaar, alsof ze helemaal niet meer aan het werk zou komen. Uiteindelijk hebben partijen een schikking getroffen, waarbij mevrouw Bierens ongeveer een derde van de door haar gevorderde schade van de zorginstelling vergoed kreeg. Van dit bedrag was zij naar eigen zeggen overigens nog de helft kwijt aan honorarium voor haar advocaat.

 

 
Meer: http://www.pelsrijcken.nl/?store=nieuws_detail&id=408&pageID=263