De gemeente Maastricht mag de toegang tot coffeeshops verbieden voor personen die geen ingezetenen van Nederland zijn. Dit is niet in strijd met de Europese vrij verkeersregels. Tot deze conclusie kwam advocaat-generaal Y. Bot op 15 juli in een zaak tussen de gemeente Maastricht en een exploitant van een coffeeshop. Deze maatregel is noodzakelijk om de openbare orde te beschermen, niet alleen in Nederland maar in de hele Europese Unie, aldus Bot.
Aanleiding Om het hoofd te bieden aan de problemen als gevolg van de belangrijke en steeds groter wordende toestroom van drugstoeristen, heeft de gemeente Maastricht besloten om de toegang tot de coffeeshops voor te behouden aan Nederlandse ingezetenen.
In 1994 is Josemans een vergunning verleend om in Maastricht een coffeeshop te exploiteren. Bij twee controles werd door de gemeentepolitie van Maastricht vastgesteld dat niet in Nederland woonachtige onderdanen van de Unie tot de coffeeshop waren toegelaten. De burgemeester heeft de coffeeshop op 7 september 2006 tijdelijk gesloten verklaard.
De conclusie van Bot Josemans is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan en de Raad van State, bij wie deze zaak aanhangig is, heeft het Hof van Justitie gevraagd of het Unierecht zich verzet tegen een regeling die de toegang tot coffeeshops verbiedt voor personen die geen Nederlandse ingezetenen zijn. Hoewel de Raad van State vier bepalingen uit het Verdrag aanwijst die mogelijk tegen de Maastrichtse maatregel kunnen worden opgeworpen (het non-discriminatiebeginsel, het vrij verkeer van personen, het vrij verkeer van goederen en het vrij verrichten van diensten), hoeft volgens Bot de maatregel slechts aan het vrij verkeer van dienstverlening te worden getoetst.
Bot herinnert eraan dat verdovende middelen, waaronder cannabis, geen handelswaar als elke andere zijn en dat de verkoop ervan niet valt onder de in het Unierecht gewaarborgde verkeersvrijheden. De handel in verdovende middelen is namelijk verboden. Hoewel de verkoop van softdrugs in coffeeshops wordt gedoogd, blijft het een activiteit die in alle lidstaten verboden is, aldus de advocaat-generaal. Klanten kunnen de cannabis meenemen naar andere lidstaten waardoor zij het risico lopen strafrechtelijk te worden vervolgd. Bot is dan ook van mening dat de door de gemeente Maastricht vastgestelde maatregel niet onder de vrijheid van dienstverrichting valt.
Bescherming van de openbare orde Bot merkt vervolgens in zijn conclusie op dat de lidstaten, die verantwoordelijk blijven voor de handhaving van de openbare orde op hun grondgebied, krachtens het Unierecht mogen bepalen welke maatregelen noodzakelijk zijn om de openbare orde te handhaven. Aangezien het drugstoerisme een reële en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde in Maastricht vormt, is de maatregel een noodzakelijke om de inwoners van de gemeente te beschermen tegen de hinder die door dit fenomeen wordt veroorzaakt. Volgens Bot levert de maatregel niet alleen een bijdrage aan de handhaving van de openbare orde in Maastricht maar aan de handhaving van de openbare orde in de hele Europese Unie aangezien achter het drugstoerisme een internationale handel in verdovende middelen schuilgaat en het een voedingsbodem voor georganiseerde misdaad is.
De rechters van het hof in Luxemburg zijn donderdag begonnen met hun beraadslagingen over de zaak. Zij zijn niet gebonden aan het advies van de advocaat-generaal, maar meestal volgen zij het wel.
Meer informatie: Conclusie van advocaat-generaal Y. Bot van 15 juli 2010, Zaak C-137/09 Marc Michel Josemans tegen burgemeester van Maastricht. Dossier vrij verkeer van Europa decentraal Nieuwsbericht Europa decentraal van 8 april 2010, ‘Raad van State legt vragen voor aan EU-hof over coffeeshopbeleid Maastricht’.
Bron: Hof van Justitie van de Europese Unie perscommuniqué nr. 76/10, Luxemburg, 15 juli 2010, ‘Advocaat-generaal Y. Bot vindt dat de gemeente Maastricht de toegang tot coffeeshops mag verbieden voor personen die geen ingezetenen van Nederland zijn.
|