Beta versie
Rechtspraak
- Hoge Raad, 2004-02-06, LJN: AO3045 - De uitvoering van een besluit tot uitkering van dividend, hoewel genomen door de moedervennootschap, kan onrechtmatig handelen opleveren van de bestuurder van de dochtervennootschap.
- Hoge Raad, 2011-03-18, LJN: BP1408 - Het op de corporatie toepasselijke recht beheerst onder meer de vraag wie uit hoofde van een bepaalde hoedanigheid zoals die van bestuurder, naast de corporatie aansprakelijk is (art. 3 Wet conflictenrecht corporaties). Dit laat onverlet dat de vennootschapsrechtelijke verhoudingen tussen de buitenlandse vennootschap (die bestuurder van de corporatie is) en háár bestuurder(s), worden beheerst door Belgisch recht als het incorporatierecht van die vennootschap.
- Hoge Raad, 2006-10-20, LJN: AY7916 - Niet-openbaarmaking van de accountantsverklaring of de mededeling waarom deze ontbreekt kan onder omstandigheden gelden als een onbelangrijk verzuim als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW. Een redelijke uitleg van art. 2:248 lid 2 BW brengt mee dat voor het ontzenuwen van het daarin neergelegde vermoeden volstaat dat de aangesproken bestuurder aannemelijk maakt dat andere feiten of omstandigheden dan zijn onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest.
- Hoge Raad, 2001-06-08, LJN: AB2053 - Van onbehoorlijk bestuur in de zin van art. 36 lid 3 Iw 1990 en de art. 2:138 en 248 BW kan slechts worden gesproken als geen redelijk denkend bestuurder - onder dezelfde omstandigheden - aldus gehandeld zou hebben.
- Hoge Raad, 2001-10-26, LJN: AD4804 - Voor tot een concern behorende vennootschappen moet afzonderlijk worden beoordeeld of sprake is van onbehoorlijk bestuur. Daarbij kan het belang van het concern een rol spelen, maar dit kan niet doorslaggevend zijn in die zin dat het prevaleert boven de andere bij de onderscheiden vennootschappen betrokken belangen.
